|
De Hollandse Kriel |
|
|
Hollandse Kriel
De Hollandse krielen waren vroeger bekend onder de naam "Patrijskrielen". Later sprak men van "Hollandse Patrijskrielen" en nog later koos men de benaming "Hollandse Krielen", omdat hierdoor de gelegenheid werd geopend andere kleurslagen in het ras op te nemen. In 1906 werd door de Nederlandse Hoenderclub besloten deze hoenders onder de naam "Hollandse Krielen" als Nederlands ras te erkennen. Hoewel in hun algemeen voorkomen iets herinnerd aan de Java-krielen als ook aan de Oud-Engels Vechtkrielen van het vroegere type, hebben ze toch een eigen type, tamelijk kort en nauwelijks middelhoog gesteld. De bevedering is vrij ruim, glad aanliggend en met goed ontwikkelde sierveren.
Voor een Hollandse kriel goed
leggend, zelfs in de wintermaanden. De eieren wegen ongeveer 30 tot 35 gram en
zijn wit of nagenoeg wit van schaalkleur. De hennetjes broeden goed en zijn
zorgzame kloekjes. Het ras is gehard en levendig van aard. De kuikens groeien
snel en bevederen vlug. Waar men wel rekening moet houden met dit ras is, dat het "vlieggrage" kippen zijn. Dus houd er rekening mee met het bouwen van een hok/ ren. Mits U ze natuurlijk los wilt laten lopen.
De foto's die U hieronder ziet staan, zijn met toestemming van de Hollandse Krielenfokkers Club geplaatst.
Hollandse Kriel Haan Patrijs
Hollandse Kriel Haan Geelpatrijs
Voor een kleurstandaard verwijs ik U naar
Hier wordt de kleur van het ras beschreven.
Hollandse Kriel Haan Koekoekspatrijs |